Herfst Vakantie

Beste sporters,

alle jeugdlessen zullen tijdens de herfst vakantie komen te vervallen. De lessen voor volwassenen gaan wel door.

de lessen die vervallen zijn de volgende;
dinsdag 20 oktober 18:00 uur judo wedstrijdtraining jeugd
woensdag 21 oktober alle lessen
donderdag 22 oktober 18:00 uur crosstraining jeugd

 

vanaf maandag 26 oktober zullen alle lessen weer gewoon doorgang vinden

Tara van den Berg 2e van Noord-Holland

Zondag 24 februari is Tara tijdens het Noord-Hollands kampioenschap als tweede geëindigd. Hiermee wist ze zich voor de tweede maal in successie te plaatsen voor het NK voor meiden tot 15 jaar, dat op 9 maart aanstaande in Eindhoven gehouden zal worden.
Tara gefeliciteerd met je prestatie en succes op het NK!

Tara van den Berg

Tara van den Berg, de eerste Bushido judoka op een NK!

Bushido

De basis van Judo en BJJ

Het BJJ is in de beginjaren van de 20e eeuw ontstaan vanuit het judo, een stijl die zelf omstreeks 1882 is ontstaan vanuit het ruim 4000 jaar oude Japanse jiu jitsu. Jigoro Kano, de ‘bedenker’ van het judo, was zelf jiu jitsu expert. Hoewel hij niet heel groot was en nogal tenger gebouwd, wist hij door jiu jitsu vele gevechten te winnen van vaak sterkere en zwaardere tegenstanders. Omdat Kano het jiu jitsu nogal destructief vond, haalde hij onder andere de trappen en stoten uit het jiu jitsu. Wat overbleef was judo (letterlijk: de zachte weg). Judo kan globaal in twee fases worden ingedeeld, namelijk de staande fase (tachi waza), waarin het werpen centraal staat, en het grondwerk (ne waza), waarin wordt getracht de tegenstander op de grond te controleren, of zelfs door middel van klemmen en verwurgingen tot opgave te dwingen.

Jigoro Kano had met judo een kunst ontwikkeld die zijn vaste onderkomen kreeg in de Kodokan, Kano’s judo academie die nog steeds bestaat. Vanuit de Kodokan werden er in het judo drie aandachtsgebieden gevormd; Judo als krijgskunst (o.a. zelfverdediging), Judo als bewegingsleer (lichamelijke ontwikkeling en fysieke training) en Judo als (Olympische) Sport. Vanuit deze complete optiek werd judo omstreeks 1910 razend populair. Zo werd judo omarmd door de Japanse politie, en zelfs door de Dai Nippon Butokukai, de vermaarde Japanse academie van militaire kunsten.

De Dai Nippon Butokukai, de Japanse academie voor krijgskunsten, had destijds enorm veel aanzien. Doel van deze academie was het behouden van het gedachtengoed van de Samurai, de Japanse krijgers die het land eeuwenlang met veel succes hadden verdedigd. In de Butokukai werden verschillende krijgskunsten als Kendo (de kunst van het zwaard), Kyudo (boogschieten) maar ook jiu jitsu onderwezen. De basis van de Butokukai was de Bushido (letterlijk; de weg van de krijger), een levenswijze die zich op zeven belangrijke pijlers baseert: – Rechtvaardigheid – Moed – Respect – Eerlijkheid – Eer – Loyaliteit – Welwillendheid Vanuit de gedachte van deze pijlers zijn vrijwel alle Japanse krijgskunsten ontstaan.

Hoewel Kano zelf niet heel veel op had met het militaire karakter van de Butokukai, realiseerde hij zich wel dat de Butokukai de beste plaats was om goede judo docenten op te leiden. Hoewel de Butokukai sommige technieken iets anders interpreteerde, ontstond er rondom 1910 een grote groep zeer goed opgeleide judo docenten vanuit de Butokukai, die klaar stonden om het Kodokan Judo ook buiten Japan groot te gaan maken. Deze docenten waren niet alleen judo experts, maar waren ook zeer bekwaam in jiu jitsu en tal van andere krijgskunsten.

Judo kwam rond 1910 in Europa als eerste aan in Engeland, waar de Japanners aanvankelijk weinig erkenning voor het judo kregen. Ook was de naam ‘judo’ nog niet bij iedere docent van de Butokukai even gangbaar. Vanwege de brede opleiding van deze docenten was de naam ‘Kano jiu jitsu’ soms nog zeer gebruikelijk. De Europeanen waren vooral geïnteresseerd in het zelfverdedigings aspect, waardoor jiu jitsu aanvankelijk een stuk populairder werd dan het judo of Kano jiu jitsu. De sceptische Europeanen waren echter nog niets bij de tegenstand die de Japanse judo docenten

kregen in de VS en in Zuid-Amerika. Hier moesten de Japanners letterlijk vechten voor hun sport, want om de effectiviteit te testen werden de grootste en sterkste vechters van die landen ingehuurd om de Japanners te verslaan. Dit lukte echter zelden.

Mitsuyo Maeda, een van de beste docenten van de Butokukai, kwam in 1914 aan in Brazilië. Maeda had, net als enkele van zijn voorgangers, zich via tal van ‘Vale Tudo’ (Portugees voor ‘alles mag’, een gevecht waarbij geen regels gelden) wedstrijden tegen lokale vechters meteen een behoorlijke reputatie verworven. Maeda had hierdoor de bijnaam ‘Conde Koma’ ofwel ‘Count Combat’ verworven. Maeda kreeg in Brazilië onderdak van de van oorsprong Schotse diplomaat Gastao Gracie, en in ruil hiervoor leerde Maeda Gastao’s zoons Carlos en Helio het jiu jitsu.

Carlos en Helio waren beiden erg tenger, en ontdekten al snel dat veel jiu jitsu technieken die ze van Maeda leerden niet werkten. Hoewel beiden goed uit de voeten konden met de vele, voornamelijk grondtechnieken die ze van Maeda leerden, was het vooral Helio die de aspecten kracht, coördinatie en snelheid verving door natuurlijke lichaamsbewegingen, timing en vooral hefboom principes.

Hierdoor werd Helio beroemd in Brazilië. Hoewel hij slechts 60 kilo op de weegschaal bracht, wist hij tal van grotere en veel zwaardere tegenstanders in de Vale Tudo wedstrijden te verslaan. Toen Helio in de beginjaren 50 zijn eerste Gracie Academy in Rio de Janeiro opende, waren zijn zoons Rorion en Rickson en Calros’ zoons Carlson en Rolls de eerste leerlingen.

Hoewel het Gracie Jiu Jitsu in Brazilië erg populair werd, duurde het pas tot in de jaren 90 van de afgelopen eeuw voordat de wereld kennismaakte met deze vechtkunst. Rorion Gracie ging naar de VS, en kwam met het idee voor een vechtsport toernooi dat geopend was voor iedere vechter, ongeacht stijl. Volgens Rorion, zelf een expert in Gracie jiu jitsu, zou dit de wereld laten zien dat de stijl die door zijn vader bedacht was de meest effectieve van alle vechtkunsten was.

De Amerikanen, die wel voor een sensatie voelden, gingen zaken doen met de Braziliaan, en de naam Brazilian Jiu Jitsu werd geboren omdat de Amerikanen dit makkelijker te onthouden vonden dan Gracie Jiu Jitsu. De UFC (Ultimate Fighting Championships) waren geboren. Hoewel Rorion 8 broers en 7 neven had, die allemaal expert in het Gracie Jiu Jitsu waren, besloot hij niet Rickson, de meest talentvolle vechter, maar de veel magerdere Royce als belangrijkste afgevaardigde van het Gracie Jiu Jitsu de Octagon, de achthoekige vechtkooi, in te sturen.

Het bleek een enorm succes. Royce versloeg boksers, sumo worstelaars, karateka’s en kickboksers door ze naar de grond te werken, en ze hier te verslaan via verwurgingen en armklemmen. Ook Royce’s broers Rickson en Royler en diens neef Renzo maakten overal over de wereld naam met hun ‘Brazilian Jiu Jitsu’.

Het Braziliaans Jiu Jitsu werd halverwege de jaren 90 in Nederland geïntroduceerd door Remco Pardoel. Pardoel was in de VS als deelnemer in de UFC, maar werd, ondanks dat hij veel zwaarder was, kansloos door middel van een verwurging verslagen door Royce Gracie. Sindsdien is Pardoel BJJ gaan trainen bij Royce en Rickson, en heeft hij de stijl in Nederland geïntroduceerd.

Hoewel men in Brazilië in relatieve rust het Gracie Jiu Jitsu kon ontwikkelen, ging het met het judo in Europa een heel stuk sneller. Echter gooide de tweede wereldoorlog een behoorlijk stuk roet in het eten. De aanvalsdrift van Japan werd door de geallieerden na WO II behoorlijk bestraft. Generaal MacArthur wilde alle militaire invloed van Japan voor een zeer lange tijd bevriezen. Hiertoe werd de

Butokukai, de militaire academie, het symbool van de Japanse agressie. De Butokukai werd gesloten en dit betekende bijna de doodsteek voor de ontwikkeling van vele Japanse krijgskunsten.

Hoewel Jirogo Kano dit niet meer meemaakte (hij overleed in 1938), wist Kano’s zoon een uitzonderingspositie te creëren voor de Kodokan. Deze mocht open blijven, maar op strikte voorwaarde dat een van de drie pijlers (judo als krijgskunst) zou worden geschrapt. Wat over zou blijven was de vreedzame en sportieve kant van judo. De Kodokan stemde toe en werd al snel de leidende autoriteit voor de wereldwijde promotie van judo als Olympische sport.

Echter waren er met het sluiten van de Butokukai in één klap tientallen hoog opgeleide docenten werkloos. Velen van hen, waaronder Kenshiro Abe en Haku Michigami kozen er voor om zich min of meer permanent in Europa te vestigen. Vooral Michigami, die in eerste instantie in het Franse Bordeaux was gevestigd, heeft veel betekend voor het Nederlandse judo. Michigami was namelijk de trainer van een Nederlander die jaren later het mondiale judo behoorlijk op haar grondvesten zou doen schudden.

In de 50’er jaren wist Japan zich te herstellen in het internationale verkeer, en door zich zeer pro westers op te stellen werd het land beloond met de organisatie van de Olympische Spelen van 1964. Japan wilde, geheel in de gedachte van Jigoro Kano, judo naar voren schuiven als de nieuwe Olympische sport. Daarnaast wisten de Japanners bijna zeker dat dit ze weer 4 gouden medailles op zou gaan leveren. Het werd echter anders. De Utrechter Anton Geesink, leerling van Michigami, presteerde het om in Tokyo de Japanse favoriet Akio Kaminaga door middel van een houdgreep te verslaan.

Dit betekende niet alleen een bittere pil voor de Japanse trots, maar veel meer een acute globalisering van het judo. Geesink had laten zien dat je geen Japanner hoefde te zijn om goed te zijn in judo, en overal in Nederland werden judo clubs geopend.

Trainer

De trainer

Sebastiaan Munter is op zijn 6e jaar begonnen met judo. Omdat hij niet groot was en nogal verlegen, dachten zijn ouders hem wat weerbaarder te maken door hem naar judo te brengen. In Beverwijk werd hij door de lessen onder leiding van Jaap Philipoom en Cor Barbieri al snel kampioen van de sportschool. Hoewel hij in zijn jeugd vooral recreatief aan het judoën was slaagde de opzet van zijn ouders, hij werd behoorlijk wat zelf zekerder en ook begon hij knokpartijtjes op straat te gaan winnen. Dit moedigde hem aan om door te gaan met judo. Op zijn 13e maakte hij een kortstondig uitstapje naar het karate, waarna hij weer snel bij het judo terugkeerde. Hij wist tussen zijn 14e en 17e menig toernooi te winnen, maar aansluiting bij de nationale top vond hij net niet. Sebastiaan wist in 1992 op 15-jarige leeftijd te slagen voor zijn zwarte band, waarna in 1996 de tweede dan volgde en in 1999 de derde dan. Op 17-jarige leeftijd gaat Sebastiaan zijn leraar assisteren bij het geven van de judolessen. Op dat moment is hij verkocht, hij wil judoleraar worden!

Sebastiaan gaat in 1997 naar de Academie voor Lichamelijke Opvoeding in Amsterdam, waar hij in 2001 van afstudeert in de richting Sportmanagement. Om zijn studie en verdere kosten te betalen gaat Sebastiaan in zijn tijd aan de ALO lesgeven bij tal van clubs in en rond Amsterdam. Met zijn opgedane kennis gaat hij vanaf 2002 lesgeven bij Sportschool De Lange, en hier wordt hij verantwoordelijk voor de trainingen aan de wedstrijdgroep. Het duurt niet lang voordat de resultaten komen. Er worden zowel individueel als in teamverband prijzen gewonnen op regionaal-, districts- en zelfs op nationaal niveau.

Onderwijl blijft Sebastiaan zichzelf ontwikkelen als vechtsporter. In 2002 komt hij via een toenmalige collega terecht bij de Brazilian Jiu Jitsu school van Maxim Leijdekker in Purmerend. Na slechts enkele maanden trainer wordt Sebastiaan in 2002 zowel Nederlands kampioen als 2e op de Europese kampioenschappen. Het jaar erop wordt Sebastiaan wederom Nederlands kampioen en wordt hij 3e bij de EK. Ook in het submission grappling, de variant van het Braziian Jiu-Jitsu waarbij in een korte broek en een shirt (in plaats van een judopak) wordt gevochten, is hij succesvol. Hij wordt tweemaal Nederlands kampioen (2006 en 2008).

In 2005 verlegt Sebastiaan zijn grenzen naar de ringsporten. Met zijn judo- en BJJ achtergrond gaat hij kickboksen trainen, om zo op Mixed Martial Arts gebied uit te gaan komen. Na een aanvankelijk sterke start, waarin Sebastiaan 6 overwinningen behaalt, komt hij op een niveau waarop professioneel vechten aan de orde van de dag is. Ondanks zijn 40-urige baan en zijn judolessen probeert hij aan te klampen bij de top van Nederland, maar te vergeefs. Na een aantal nederlagen stopt hij met de ringsporten, om zich verder helemaal toe te leggen op judo en BJJ.

Sebastiaan komt in 2006 als consultant te werken voor het project Tijd voor Vechtsport. Binnen dit project ontwikkelt Sebastiaan zich meer en meer als trainer die vechtsport overstijgend bezig kan zijn. Door vechtsportprincipes aan maatschappelijke thema’s te koppelen zorgt hij voor tal van unieke oplossingen op het gebied van weerbaarheid, agressieregulatie en omgaan met pesten.

Sebastiaan blijft zich tevens ontwikkelen in de inhoud van de sport. Zo behaalt hij in 2010 zowel zijn paarse band in het Rickson Gracie Jiu Jitsu als zijn vierde dan judo. Nog steeds traint Sebastiaan regelmatig Judo en BJJ, om zo zijn sport inhoudelijke kennis te blijven vergroten.